Aurelie Di Marino (°1986) is theatermaker en regisseur. Ze studeerde literatuurwetenschappen aan de KU Leuven en behaalde in 2013 haar master regie aan het RITCS. In haar werk beweegt ze zich tussen theater, performance en onderzoek en ontwikkelt ze een uitgesproken artistiek parcours, zowel individueel als binnen langdurige samenwerkingen en collectieven.
Di Marino werkte samen met uiteenlopende kunstenaars en makers, onder wie Milo Rau (Civil Wars, KFDA 2015), Manu Riche, Els Dietvorst, Oxana Sankova, Tine Van Aerschot en Tom Dupont. Ze stond als speler en maker op de scène en in tentoonstellingscontexten, en was betrokken bij producties in huizen als Kaaitheater, Antigone, Beursschouwburg, theater arsenaal, detheatermaker en Buda.
Haar artistieke praktijk wordt gekenmerkt door een sterke interesse in ideologie, macht, ethiek en collectieve mythes. In haar State of the Youth (Het Theaterfestival, 2016) pleitte ze voor uitdagende samenwerkingen en voor het vertalen van complexe maatschappelijke en historische vraagstukken naar toegankelijke, populaire theatervormen.
Collectief werkte Di Marino onder meer met de Warme Winkel aan Jandergrouwnd (geselecteerd voor het Nederlands Theaterfestival) en met Bookers & Hookers aan een reeks literaire en performatieve projecten. Van 2013 tot 2022 was ze een van de kernleden van K.A.K. (Koekelbergse Alliantie van Knutselaars), een collectief dat via artistieke bezettingen van publieke en verlaten ruimtes in België en internationaal onderzoek deed naar zelforganisatie, gemeenschap en artistieke autonomie.
Naast haar artistieke werk engageert Di Marino zich sterk in pedagogische trajecten. Sinds 2017 coacht en regisseert ze jongeren binnen TransfoCollect, een platform waar jongeren uit diverse subculturen via theater en performance samenkomen in een experimentele en emancipatorische praktijk.
Als regisseur maakte ze onder meer If There Weren’t Any Blacks You’d Have to Invent Them (naar Johnny Speight), geselecteerd voor Het Theaterfestival, Cerebriraptor en Race van David Mamet. Sinds 2022 werkt ze aan Malgré Tout, een meerjarige kroniek van de westerse ‘beschaving’, die in juni 2025 in Brussel in première ging.
Renée Goethijn (°1987) volgde de makersopleiding aan het Ritcs School of Arts in Brussel. Ze tast er de grenzen af tussen theater en beeldende kunst. Ze maakt beeldende, absurde voorstellingen, waarbij de scenografie vaak de kern van de voorstelling vormt. Zo creëert ze bizarre parallelle werkelijkheden die de principes en mechanismen blootleggen die onze maatschappelijke realiteit sturen en bepalen.
Sinds haar afstuderen bestaat Renée’s artistieke werk uit een voortdurende wisselwerking tussen een individueel parcours, collectieve praktijken en andere samenwerkingsverbanden.
Tijdens haar opleiding werden al korte eigen creaties geprogrammeerd op verschillende festivals: Dark Tourism (2011) speelde o.a. op de Cultuurmarkt in Antwerpen en Kier (2012) toonde ze op het Kipfestival in Gent. Haar drieluik To get properly confused you have to put your head underwater / Ufo ’s / Two things to do and two more things to do werd geselecteerd voor TAZ Jong Werk (2013).
Na haar afstuderen kreeg ze een jaar onderdak in Kunstencentrum nona binnen een jonge makers-traject. Daar werkte ze oa. mee aan Katja Dreyers Kroniek (2013) en sloot af met een eigen creatie Reconstruction of the day I left (2014). In 2013 was ze ook gastspeler en –maker bij Bookers&Hookers.
Samen met een aantal andere ex-Ritcsers richtte ze in 2014 K.A.K. op, een horizontaal verbond van zestien theatermakers, knutselaars, denkers en andere sjoemelaars, op zoek naar andere vormen van creatie, presentatie en collectiviteit. K.A.K. creëerde zowel voorstellingen, eenmalige theatrale gebeurtenissen, sessies als ontmoetingen. Met K.A.K. maakte zij de afgelopen jaren oa. Office de Tourisme / Agence de Voyage (2016), Life, Death and Television (2018), Snøw (2019), The Unheard (2020),…
Bij KWP maakte ze in co-regie No Use For Binoculars (2015 coproductie: Monty, C-mine) en Totally (2017 - coproductie: Monty, C-mine, detheatermaker). Zelf maakte ze er MANNAHATTA (2022, coproductie: Viernulvier & LOD Muziektheater, C-takt, Antigone en de Grote Post) en 4 Women Getting Sick (2025 - coproductie: Kaaitheater, Viernulvier, Antigone, C-takt/Beyond the black box).
Daarnaast werkt ze geregeld als (eind-)regisseur in opdracht voor verschillende gezelschappen en huizen. Met Compagnie Barbarie en Theater Stap maakte ze de voorstelling Mise en Place bij HetPaleis, Bronks en Kopergietery (2021), ze deed de regie van en schreef mee aan Wezen van Maxime Waladi bij Fabuleus en Action Zoo Humain (2023) en werkte mee als coach aan Jackie van Lien Wildemeersch bij Theater Malpertuis (2023). Verder deed ze de eindregie voor Studio Sheherazade van Haider Al Timimi en Gorges Ocloo (2018), What The God van Anouk Friedli en Guus Diepenmaat (2021), Voorjaarsontwaken van Wolf Wolf (2022), Spindle van Oona Libens (2022), De Puberfluisteraar en Jeanne van Sanderijn Helsen & De Studio (2023−2025), Piéton van Kenneth Berth / Het nieuwstedelijk & De Spil (2024), Residu van Menzo Kircz en Eleonore Van Godtsenhoven (2024), Oh Deer van Gina Beuk & Bronks (2024), Wavelength van Haider Al Timimi en Lucius Romeo-Fromm & Antigone (2026).
Ook maakt ze de participatieve performance Soep Opera in samenwerking met Katinka de Jonge (2022) ikv Openbare Werken in Viernulvier.
Renée is verder ook actief binnen Kloppend Hert waarbinnen ze één van de vaste begeleiders is van het artistiek platform Jong Gewei en werkt als docent en vakhoofd aan de drama-opleiding van het RITCS.