"Bijna wekelijks fiets ik door de Wolstraat, in hartje Antwerpen, waar de stad nog ruikt naar iets ouders dan vastgoed. Achter een onaanzienlijke gevel tegenover het roemruchte café De Kat ligt een 17de-eeuws godshuis. Generaties lang gaven kunstenaars het aan elkaar door. Ze noemden het Ercola. Vandaag werken er dertig makers, tussen de 20 en 82 jaar oud. Nicole Van Goethem maakte er de animatiefilm waarmee ze de enige Belgische Oscar ooit won. Walter Van Beirendonck liet er affiches ontwerpen. Wie er binnenstapt, voelt het meteen. Dit is niet zomaar een plek, maar een broeiend weefsel.
Op 4 juni gaat het complex onder de hamer. Het stadsbestuur en AG Vespa, de vastgoedpoot van de stad, brengen de verkoop als een voldongen feit. De redenering klinkt bijna geruststellend. Een beschermd monument in slechte staat, een restauratie van minstens 8 miljoen euro en geen budget. Dus moet het pand worden ‘gevaloriseerd’. Met of zonder erfgoedwaarde, wat niet opbrengt, wordt verpatst.
De makers van Ercola leggen zich daar niet bij neer. Ze sloegen de handen in elkaar en richtten een burgercoöperatie op, Ercoland, om het pand zelf te kopen en zo de strijd met de vastgoedsector aan te gaan. Een ontroerend gebaar, denkt u misschien. Of een hopeloos gevecht tegen de bulldozer van de markt. Kan een handvol burgers werkelijk zo’n complex uit de klauwen van de speculatie houden? Of is het een wollige utopie?
De actie van Ercola maakt alvast duidelijk dat stedelijk vastgoedbeheer niet zomaar natuurwetten volgt. Iets dat de stad graag laat uitschijnen. Stedelijk patrimonium vermarkten is een ideologische ingreep van een niet zo onschuldige ‘onzichtbare hand’. Dat een monument duur is om te restaureren, is een feit. Dat de enige uitweg een openbare verkoop zou zijn, is een beslissing. En die gaat regelrecht in tegen de man die het huis ooit met nobele bedoelingen aan de stad schonk. Koopman Somers liet het na op de uitdrukkelijke voorwaarde dat het altijd een sociaal doel zou dienen. Een verkoop aan de meestbiedende eerbiedigt de letter van een vastgoedstrategie. Een coöperatie eerbiedigt de geest van zijn testament. De onmacht van de stad is geen lot, ze is gespeeld.
Dure zombie
De vastgoedpolitiek van Antwerpen is uiteraard geen uitzondering. Van Berlijn tot Barcelona, van Lissabon tot Gent verdwijnt dezelfde mens uit de kern. De maker. De kleine zelfstandige. De middenklasser die geen rendement oplevert. Beter, al wie het gewoon niet meer kan betalen.
Het resultaat is bekend. Alleen kapitaalkrachtigen, ketens en B&B’s zuigen de stad leeg als een vampier. Speculatiewoede en musealisering zijn geen tegengestelden. De ene maakt het centrum duur, de andere maakt er een zombie van. Samen leveren ze de stad uit aan een globaal monopoliespel en lawaaierig toerisme.
Betaalbare culturele vrijplaatsen in het hart van de stad zijn daarom geen luxe. Ze zijn de humus, de levende ondergrond waarin een stad zichzelf blijft uitvinden. Ze houden het erfgoed warm in plaats van het te balsemen. Een gebouw overleeft alleen zolang het bewoond, beademd en bewerkt wordt. Haal de makers eruit en je houdt een fossiel over. Mooi gerestaureerd, maar levenloos.
Dat Ercola geen luchtkasteel bouwt, bewijzen tal van voorbeelden in binnen- en buitenland. In Barcelona namen buurtbewoners in 2011 de verlaten fabriek Can Batlló in handen. In 2019 gaf de stad de site voor 50 jaar in beheer aan de gemeenschap zelf, binnen een kader waarin burgercollectieven publiek patrimonium beheren. Elke geïnvesteerde euro levert er ongeveer 4 euro maatschappelijke return op. Het grootste coöperatieve bedrijvencentrum van Europa staat er vandaag. Dichter bij huis groeide Wooncoop in Gent uit tot de grootste wooncoöperatie van Vlaanderen, met een balans van 56 miljoen euro. Brussel steunde als eerste Europese regio een Community Land Trust, die grond uit de markt tilt. Geen dromen op papier. Wel kloppende jaarrekeningen én kloppende stadsharten.
Waarom speelt AG Vespa geen faciliterende rol in zulke redelijke alternatieven? Het autonome gemeentebedrijf beheert meer dan duizend Antwerpse gebouwen. Het werd in 2002 opgericht, en de oorspronkelijke opdracht staat er onversneden: het stadspatrimonium beheren en verkopen. Daar wringt het. Een instrument dat ooit het publieke goed moest behoeden, denkt steeds meer als de vastgoedsector die het net zou moeten temperen. Een overheidsspeler die de belangen van haar inwoners zou moeten verdedigen, wordt zo steeds meer de speelbal van een speculatieve markt.
Het hoogste bod
Daarom is Ercola een symbooldossier. Het plan van Ercoland behelst meer dan één pand redden voor een schare kunstenaars. Voor de middenklasse die individueel alsmaar moeilijker een woning kan verwerven, is de coöperatie misschien de laatste manier om opnieuw mede-eigenaar te worden van de eigen stad. Een coöperatie heeft nu eenmaal een ander leitmotiv dan de markt. Niet de speculatieve waarde telt, maar de gebruikswaarde. Wie een huis koopt om er te wonen en te werken, onderhoudt het en begint ervan te houden. Wie het koopt om het duurder door te verkopen, wacht kil af op het hoogste bod. De vastgoedsector voelt zich steeds minder verantwoordelijk voor een leefbare stad. Collectief eigendom is geen romantisch idee, maar een nuchter instrument. Het verankert het gebruik en ontmijnt blind winstbejag.
Lukt dat, dan is er meer dan één gebouw gered. Het hele denken over de binnenstad zou er weleens mee kunnen kantelen. Over wie waar recht op heeft, en of gemeenschappelijk goed een volwaardig alternatief kan zijn voor de dolgedraaide vastgoedmarkt.
Walter Benjamin zag in de glazen passages van het 19de-eeuwse Parijs de fantasmagorie van de stad. Een etalage toont alleen het afgewerkte product, nooit het werk, het twijfelen en het mislukken erachter. Blingbling zonder zweet. Ze maakt alles onmiddellijk zichtbaar, en juist daarom oppervlakkig. Een vitrinestad is een afgelikte stad, een kijkvenster zonder achterkamer. Een levende stad heeft gevels nodig. Muren waarachter het leven uit het zicht mag broeden en haperen, waar verleden en toekomst organisch aan elkaar groeien. Ercola is zo’n achterkamer. Vijfenvijftig jaar lang ging de sleutel er van hand tot hand. Op 4 juni kiest Antwerpen wat het wil zijn. Een steriele vitrine voor speculanten en passanten, of een broeikas voor kiemend leven en wortelschieters."
Op 4 juni 2026 wordt Ercola openbaar verkocht.
Deze unieke plek dreigt te verdwijnen.
Tenzij we het samen kopen.
Toneelhuis doet mee. U ook?
Lees meer!