nl fr en

Wat ons vooral stoort

Opinie artistieke leiding Toneelhuis n.a.v. uitspraken van Nabilla Ait Daoud

“De burger maakt zich zorgen om zijn energiefactuur. De Antwerpenaar ligt niet wakker van besparingen op cultuur. Echte kunstenaars laten zich niet remmen door subsidies. Dat heeft Rubens ook niet gedaan.” Aan het woord is Nabilla Ait Daoud, Antwerps schepen van cultuur. Een maand geleden werd bekend dat het gemeentebestuur in het kader van een besparingsoperatie onder andere de projectsubsidies (720.000 euro) zou schrappen. Die subsidies ondersteunen vooral jonge beginnende kunstenaars en stedelijke initiatieven. Die besparing veroorzaakte binnen de Antwerpse kunstensector terecht heel wat ongenoegen en protest. 

Wat ons vooral stoort, is het dedain waarmee de schepen van cultuur over de kunstenaars spreekt. Dat de burgers zich op dit ogenblik meer zorgen maken over hun energiefactuur dan over de besparingen in de cultuur, is begrijpelijk. Maar het is de taak van de schepen van cultuur om zich zorgen te maken over de impact van die besparingen. Het enige wat de kunstenaars gevraagd hebben na het bekend worden van de beslissing is als gesprekspartners ernstig genomen te worden. Jonge, pas afgestudeerde kunstenaars zijn de eerste gedupeerden van die schorsing. Het is dus hun recht om gehoord te worden en om aan de schepen te vragen hoe het nu verder moet. Maar de schepen zag in de reactie van de kunstensector geen ernstige bezorgdheid voor de toekomst, alleen maar een agressieve poging om een uitzonderingspositie te bevestigen: “Het stoort me dat ze zich boven al de rest stellen.”

Wat ons vooral stoort, is het beeld van de kunstenaar dat achter de opmerkingen van de schepen schuilgaat. Op de vraag wat zij zelf zou doen indien ze een jonge kunstenaar was, antwoordde ze kort en helder: “Dan ga ik werken voor mijn centen, zoals iedereen.” Kort en helder inderdaad. Maar de implicaties van een dergelijk antwoord zijn enorm. Het reduceert de kunst tot een soort hobby, iets dat maar naast en na de beroepsactiviteit tot stand moet komen. Het lijkt meteen ook een pleidooi tegen subsidies. Want Rubens had die toch ook niet en kijk eens wat een grote kunstenaar hij geworden is! De schepen bedient zich van hardnekkige clichés die de kunsten en de kunstenaars al veel te lang achtervolgen. Haar opmerkingen getuigen van weinig inzicht in hoe een modern kunstenveld zich ontwikkelt. Dat inzicht is het minste dat we verwachten van een schepen van cultuur. 

Wat ons vooral stoort, is dat de schepen ondanks de besparingen toch beweert dat ze ervoor wil zorgen “dat cultuur in Antwerpen schittert”. Cultuur is meer dan een effect van schittering. Culturele schittering wordt alleen maar bereikt door duurzame investering en intensieve zorg die lang voor het publiek onzichtbaar blijven. 

Hedendaagse kunst ontwikkelt zich in een complexe en vaak moeizame dialoog tussen kunstenaars, artistieke organisaties, de kunstmarkt en subsidiërende overheden. We vragen de schepen van cultuur om de cultuursector als een ernstige gesprekspartner te beschouwen.
 

Toneelhuis
FC Bergman
Gorges Ocloo
Lisaboa Houbrechts
Olympique Dramatique
Benjamin Abel Meirhaeghe

Ook interessante producties: